zondag 19 januari 2014

Eieren


Welkom, Goede Vriend en kom binnen!


Ik ben net terug, even een doosje eieren gehaald. Dat doe ik altijd bij een kippenhouder in de buurt. De man heeft een tiental kippen. Ze leggen goed en te veel voor hem zelf. Daarom heeft hij een bordje "eieren te koop" in de tuin gezet. Voor een luttel bedrag - maar het scheelt bijna een euro bij eieren die je in de supermarkt koopt - ben je verzekert van echte scharreleieren.
 
Het gaat me niet om het geld, maar om eerlijk te zijn vertrouw ik die grote winkels niet meer. Er staat weliswaar met grote letters op de dozen dat het scharreleieren zijn, maar zo nu en dan lees je berichten die anders doet vermoedden. In Duitsland is onlangs gebleken dat sommige boeren het niet zo nauw nemen met de regels van scharreleieren, cq. biologische eieren.
De Duitse justitie is al sinds september 2011 bezig met een onderzoek naar deze illegale praktijken in met name het noorden van Duitsland. Honderden boerenbedrijven zijn geïnspecteerd en doorzocht. Ook bedrijven in Nederland en België zouden erbij betrokken zijn. De bedrijven hebben mogelijk ook wetten voor dierenwelzijn overtreden. Er zijn nog geen aanklachten ingediend, maar naar verluidt staat vast dat miljoenen eieren ten onrechte met het bio-label zijn verkocht! Ronduit schandalig! Daarom ga ik liever naar een kippenhouder in de buurt, waar ik zijn kippen genoeglijk op zijn erf zie scharrelen.
Tja. Je hebt waarschijnlijk wel gelezen dat er in de eieren van hobby kippenboeren in de omgeving van Harlingen dioxine is gevonden. Ook in de eieren van hobby kippenboeren in de rest van Nederland bevindt zich mogelijk (een zeer geringe hoeveelheid) dioxine. Een gevaarlijk en kankerverwekkend spul.
Maar, Goede Vriend, ik kan je wel zeggen dat ik besloten heb om eieren van 'mijn' hobbyboer te blijven kopen en te nuttigen. Iedereen moet het natuurlijk zelf weten, maar ik kan mij niet voorstellen dat het eten van kippeneieren van kippen, die ik zo gezellig over het erf zie scharrelen, gevaarlijk is. Bovendien probeer ik mij in alles te matigen, ook in het eten van kippeneieren. Ook zo iets vreemds. De ene keer lees ik in de krant dat eieren slecht zijn voor je gezondheid en een andere keer dat het juist goed is!
Jaren geleden heb ik al eens mijn spinazieperk om moeten spitten, omdat er een ongeluk in Rusland was gebeurd met de kerncentrale van Tsjernobyl. Om die zelfde reden mocht ik mijn heidehoning (ik woonde toen in de buurt van Wageningen en was imker) niet verkopen. We hebben nooit bericht ontvangen wanneer we weer spinazie uit eigen tuin mochten consumeren of wanneer de heidehoning clean was.
En wat dacht je van het eten van organen van wild? Ook dat schijnt ongezond te zijn.
Als jager stuit me dat erg tegen de borst. Als ik een ree schiet, wil ik - uit respect voor het dier - het zoveel mogelijk gebruiken. Dus ook het lever. Ik zie je greinzen, Vriend. Maar voor mij is het erg belangrijk. Ook als ik vind dat een bepaald dier, een ree bijvoorbeeld, geschoten moet worden uit oogpunt van bestandsregulatie of omdat het een zwak dier is, behandel ik hem na zijn dood met respect. Ik geef hem niet alleen een bete (een takje die ik in zijn vang(mond) stop) mee op zijn laatste reis, maar bedank hem voor het feit dat ik hem mag opeten. Het zijn oeroude tradities waar ik aan hecht.
 
Genoeg gepraat! Het is een somber onderwerp, terwijl het feit dat jij hier bent mij blij maakt.

Zeg Vriend, prik je een vorkje mee? We eten omelet.

zondag 22 december 2013

Gemopper


Welkom goede vriend in mijn nederig huisje!

We hebben elkaar lange tijd niet gezien. Jij was veel in het buitenland en ik brand van nieuwsgierigheid om jouw avonturen uit verre landen te horen! Steek van wal, of nee, ik zal je eerst even een paar foto's laten zien van 2 jachtdagen in Duitsland. Ik weet het, ik weet het: je houdt niet van foto's met dode beesten. Maar dat is nu de reden waarom ik je de foto's wil laten zien. Er werd nauwelijks wat geschoten!
Daar hebben ik en mijn metgezel, mijn goede jachtvriend Hans, ons vreselijk over geërgerd.

Dat kwam zo:

 Hans en ik hadden ons in februari op de jachtbeurs 'Jagd und Hund' in Dortmund bij de stand van Hessen Forst gevoegd.
Dat is een soort Staatsbosbeheer voor de Duitse deelstaat Hessen. (Het grote verschil is dat bij deze 'Staatsbosbeheer' jagen geen vies woord is). We boekten daar 2 Bewegungsjagden in midden oktober. O, je weet niet wat dat zijn? Welnu, dat zijn jachtdagen waarbij jagers op verschillende plaatsen in het veld posteren en een paar drijvers en honden rustig door het veld lopen. Wild wordt daardoor verontrust en zoekt een andere dekking. Ze rennen niet door het veld, maar komen rustig langs de jagers die na het observeren een keus kunnen maken welk dier wel of kan worden afgeschoten.
De kosten zijn niet gering. Bovendien is het een eind rijden en moesten we een paar dagen in een hotel overnachten.

We hadden een eenvoudig hotel uitgezocht in het dorp Guxhagen. Deze lag gunstig ten opzichte van de 2 jachtvelden. Een idyllisch plekje aan de boorden van de Fulda. 's Avonds hebben we gegeten in een restaurant in Melsungen. Een prachtig stadje met veel vakwerkhuizen.
De eerste jachtdag stond in het teken van regen, veel regen! Daar kon Hessen Forst niets aan doen. Wel aan de klungelige manier waarop een Förster ons naar de aanzitplaatsen bracht. Over een bospad gelegen takken waren niet opgeruimd waardoor we gedwongen waren dwars door het bos te lopen. Dat verontruste een rotte wilde zwijnen, die vlakbij mijn hoogzit in dekking lagen. Ze vertrokken heel rustig voordat ik op mijn hoogzit zat en ik heb ze nooit weer teruggezien…
De vrijgave was ruim. Edelherten, ook geweidragers, wilde zwijnen, reeën, ook bokken, en roofwild. Dat klonk gunstig, maar ik telde zo'n 115 jagers. In mijn beleving veel te veel.
Ik kreeg die door en door natte dag nauwelijks wild te zien, evenals Hans.
Het uiteindelijke tableau stond in geen vergelijking met het legertje jagers. Deze stond na afloop wat beteuterd in de regen te staren.
De volgende dag was het weer opgeknapt en met de in de hotelkamer nauwelijks gedroogde kleren gingen we met gemengde gevoelens naar de plaats van samenkomst. Weer veel jagers, zo'n 85!
Ik werd op een plek gebracht, waarvan ik gelijk door had dat hier geen wild zou wisselen. Hans zat een paar honderd meter verder. En, inderdaad, beiden geen wild gezien!
We zaten dan ook aan de rand van het veld en nergens enig teken van aanwezigheid van wild in de afgelopen dagen. Normaal zie je wel dat er varken aan het wroeten waren geweest op zoek naar voedsel of aangevreten boompjes van roodwild en reeën.
Een paar Duitse collega jagers, die in onze directe omgeving zaten, waren net als wij zeer ontstemd.
We hebben op ons enquêteformulier uitgebreid beschreven dat we niet eens waren met de gang van zaken en geëist dat we werden teruggebeld.
Dat is niet gebeurd.
Het (geringe) tableau van deze dag kwam vooral van de groep van de hoofd van Hessen Forst voor die omgeving, die in het gezelschap was van Herren Dokoren zus of zo.


Binnenkort ga ik weer naar de jachtbeurs in Dortmund. Ik zal met een grote boog om de stand van Hessen Forst heen lopen: voor mij geen 'Bewegungsjagd' meer bij deze organisatie.
 
Zeg, goede vriend, wat heb jij de laatste maanden zoal meegemaakt? Wacht, ik schenk eerst een borreltje in!  

zaterdag 19 oktober 2013

Dood en verderf in de Oostvaardersplassen


Waarde vriend,

Je hebt mij, tot m'n grote verbazing, medegedeeld dat je een smartphone bezit! Het verbaast me omdat je veel vormen van moderne communicatie niet ziet - liever gezegd, zag -  zitten. Het zij je vergeven, goed vriend!
Jouw smartphone geeft mij de gelegenheid om je een e-mail te sturen. Bij deze!
Je bent enkele maanden in het buitenland, zo berichtte je mij. Als ik het wel heb zit je in het mooie Parijs. Jouw kennende, als groot kenner en liefhebber van literatuur, zul je ongetwijfeld een kamer in Hotel d'Angleterre, midden in de intellectuele stadswijk van de Franse hoofdstad hebben geboekt. Jouw drijfveer moet dan Ernest Hemingway zijn geweest. Hij logeerde daar graag. Hij heeft in die periode 'Amerikaan in Parijs' geschreven. Een boek die niet door iedereen als een literair meesterwerk wordt gezien…
Het moet bijzonder sfeervol zijn om een boek van hem in dat hotel te lezen. Hij heeft daar zijn eerste roman geschreven, 'The sun also rises'.
Ik benijd je, beste vriend, maar gun het je van harte.
Je reist graag en dat is goed. Het geeft je de mogelijkheid om de situatie, politiek of anderszins, in ons land beter te beoordelen.
Een tijdje geleden vertelde je over je reis door Kazachstan. Dat land is negen maal groter dan Duitsland en het inwonersaantal bedraagt rond de 16 miljoen. Wat een ruimte en wat een mogelijkheden voor de natuur om zich te ontwikkelen.
Als je dat projecteert op ons land, zie je het belachelijke in van de pogingen van sommige mensen om in ons land echte natuur te creëren.
Heb je nog meegekregen dat er in de Noordoostpolder een dode wolf is gevonden? Euforie bij sommigen, hilariteit bij anderen. Ik behoor de laatste groep. De kans dat een wolf op eigen gelegenheid naar de Noordoostpolder is gewandeld kun je verwaarlozen. Let wel, goede vriend, ik zie de wolf niet als een concurrent van mij als jager! Al er eentje (of meer!) de euvele moed heeft om hier zijn of haar geluk te vinden, vind ik dat prima. Maar als ik nu zie hoe boswachters en boeren huilie-huilie doen als een loslopende hond reeën of schapen doodbijt, voorzie ik veel problemen voor de grensoverschrijdende Canis lupus.
En wat dacht je van de Oostvaardersplassen? Een gebiedje van een kleine 6000 ha in een door mensen aangelegde polder. Er zijn mensen die met droge ogen durven te beweren dat dit gebied echte natuur is! Voordat Frans Vera zijn idiote plannen mocht uitvoeren ben ik daar veel geweest. Ik zag er veel vogels en een gebied die zich ontwikkelde naar de regels van de natuur. Nu is het een dodenakker met heel veel koeien, herten en paarden, die wanhopig op zoek zijn naar iets eetbaars. Het hoge aantal dieren (de eigenaar, Staatsbosbeheer, spreekt over Grote Grazers) is bespottelijk: Tijdens een helikoptertelling op 5 en 6 november 2012 zijn er tussen de 3150 en 3350 edelherten, tussen de 1080 en 1110 Koniks en tussen de 300 en 310 Heckrunderen geteld. Op 6000 ha! Natuurlijk sterven veel dieren de hongerdood. In de winter van 2011-2012 zijn er zo'n 1480 dieren(!) doodgegaan. Het beleid van de voormalige Rijksdienst is om dieren die op het randje van de (honger)dood leven, af te schieten. Je zou maar de ambtenaar zijn, waarde vriend, die dit uit moet voeren.
Onlangs is er een film gemaakt over de Oostvaardersplassen, 'De Nieuwe Wildernis'. Ik heb een trailer gezien. Het zijn prachtige beelden. De mensen, die naar deze (bioscoop)film zijn geweest, beamen dat. Maar de waarheid wordt er niet in verteld. Dat gebeurt wel in een andere film die ook over dit gebied is gemaakt: 'De Nieuwe Wildernix'. Google maar even. Wat mij betreft is 'De Nieuwe Wildernis' een film met prachtige beelden en vertelt 'De Nieuwe Wildernix' de waarheid.

Genoeg, waarde vriend. Het is hier nu mooi weer en ik ga Kate, mijn slechtvalk, laten vliegen. Als valkenier heb je uiteraard de plicht om goed voor de jou toevertrouwde dieren te zorgen…

 

 

maandag 29 juli 2013

Over reeën, lynxen en een travestiet


Kom binnen, waarde doch zweterige vriend!
Het is behoorlijk warm, zelfs hier in het Lauwersmeergebied.
Maar het is nog niets waar ik het afgelopen weekend was.
Zoals je waarschijnlijk weet, hebben de reeën bronsttijd. Dat is een fascinerende gebeurtenis, waarbij je ze soms overdag ziet. Ze zijn dus veel actiever dan normaal.
Ik was naar het Duitse Bad Hersfeld in de deelstaat Hessen gereisd om dat schouwspel te beleven.
Je zult begrijpen dat ik de buks had meegenomen om te proberen een paar bokken, mannetjes reeën, dus te schieten. Onderdak vond ik in een hotelletje bij Gitterdorf. Eenvoudig, maar het eten en het bier smaakten best. Slapen was door de hitte enigszins moeizaam. Daar kon de hotelbaas ook niets aan doen. De temperatuur bedroeg maar liefst 36 graden!
Mijn contactpersoon, een gemoedelijke Förster van het Hessische Staasbosbeheer, Hessen Forst, gaf me goede kansen, reed me rond door zijn revier en overhandigde mij een kaartje waar kansels op stonden ingetekend. Daar waren de beste kansen om een hitsige bok te ontmoeten zei hij met een bulderende lach, die een paar reeds oververhitte mussen bijna van het dak lieten vallen.
Die zelfde avond ging ik op pad.
 
Vanaf een kansel had ik een voortreffelijk uitzicht over een langgerekt weiland. Een ideale plek om reeën te zien.
Mijn gemoedelijke contactpersoon had me verteld dat er alle soorten wild in zijn revier voorkwamen. Zelfs wilde katten, lynxen en wolven. Tijdens onze rondrit was me al snel duidelijk, dat het een prachtig, haast sprookjesachtig bos was. Het waren hellingbossen met veel fijnsparren en grove dennen. De hellingen eindigden in dalen met smalle weilandjes.
Het eerste uur (ik was natuurlijk veel te vroeg) kon ik mij verlustigen aan de vele vlindersoorten die hier voorkwamen. Na een tijdje gewacht te hebben, pakte ik mijn 'Buttolo Blatter', een soort rubberen pompje. Als je daar op drukt, komt er een geluid uit die doet denken aan het geluid van een reegeit die een bok wil lokken. Het zogenaamde fiepen.
Wat zeg je nu, waarde vriend, niet eerlijk? Hoe bedoel je? Het is inderdaad spelen op de (zinnelijke) zintuigen van een bok. Daardoor kun je ze gemakkelijk zien en eventueel schieten. Volgens mij is het overigens in Denemarken verboden om op reeën te jagen tijdens de bronsttijd. Maar dat vind ik onzin. Het is een uitstekende manier om reeën te observeren. Je kunt dan een goede selectie maken om je afschotplan te realiseren. Maar waar was ik? O ja, op de kansel. Tegen schemer kwam er voorzichtig een smalree, een 1 jarige geit, kijken. Dat was alles.
De volgende ochtend zat ik op een andere kansel en fiepte dat het een lust was. Na een paar seconden hoorde ik achter me een hoop kabaal. Met grote sprongen kwam een ree het weitje oprennen. Een geit! Ik snapte er niets van. De geit verdween in het bos voor me. Na een half uurtje liet ik de Buttolo weer door het Hessische bos schallen.
Onmiddellijk kwam de geit weer terugrennen en verdween achter me. Ik zat juist na te denken over haar gedrag, toen ik pal onder me, in het hoge gras, twee kleine reekalfjes zag. Natuurlijk! Dat verklaarde het gedrag van de geit. Ma was op vrijersvoeten en had de kalfjes zolang verstopt in het gras. Mijn fiepen had haar in verwarring gebracht en ze was bang over het welzijn van haar kinderkes!
Deze ochtend en de daarop volgende avond en daar weer opvolgende ochtend zag ik helemaal niets.

Om wat cultuur op te snuiven heb ik Bad Hersveld bezocht. Een prachtige stad. Inderdaad, beste vriend, zoals je zegt staat de stad bekend om haar jaarlijkse Festspiele, waar musicals, toneel- en theateruitvoeringen de boventoon voeren. Ik had daar echter geen tijd voor. Terwijl ik door de snikhete binnenstad liep, zag ik waarachtig een travestiet! Dat getuigde van moed en heb hem/haar dan ook vriendelijk toegeknikt. Tja, dat zie je niet bij ons in het dorp! Na een half uur heb ik de stad gelaten voor het was en ging een biertje drinken op het terras van het hotel.

De laatste ochtend ging ik toch nog even het revier in. Na het ontbijt zou ik weer teruggaan naar het koele Lauwersmeergebied.
Om half vijf zat ik op een kansel en een uurtje later kwam er waarachtig een bok zoekend naar het willige geitje (ik dus, of liever gezegd mijn Buttolo). Hij paste in het afschotplan - jong en met een matig gewei - en ik heb hem geschoten.

Weer een uur later melde ik mij bij een kennis van de gemoedelijke Förster, een voormalige bosarbeider die mij tussen neus en lippen door vertelde dat hij in zijn leven 502 wilde zwijnen had geschoten. Wij brachten de bok naar een koelcel van Hessen Forst. Onderweg vroeg ik de voormalige bosarbeider of hij een idee had waarom ik zo weinig reeën had gezien. Volgens de goede man had dat waarschijnlijk te maken met de aanwezigheid van lynxen in het revier. Reeën worden voorzichtig en laten zich niet gemakkelijk meer zien, volgens hem.
Het deed me goed dat ik geen spoor van verwijt of ergernis in zijn stem hoorde. Ze hadden geaccepteerd dat deze grote katachtigen een onderdeel uitmaakten van het ecologische systeem.

Zo vriend. Nu jij. Heb je nog wat meegemaakt? Wacht! We gaan eerst even een biertje drinken in de tuin. Pak jij een paar stoelen?  

 

vrijdag 14 juni 2013

Stilte


Kom binnen, goede vriend, ga op het terras zitten en hou even een paar minuten je mond!
Ik weet het, het klinkt onbeleefd, maar ik wil je iets laten ondergaan wat we -onbewust- missen: stilte.
Is het je wel eens opgevallen dat er altijd wel een geluid onze oren binnendringt? Hier, in dit prachtige deel van Nederland valt het nog wel mee. Maar hoe vaak hoor je niet een geluid waar je helemaal niet op zit te wachten.
Luister! Hier hoor je enkel het ruisen van een populier en verder weg koert een duif loom de middag stuk. Soms, als de wind noord is, hoor je een vissersboot op het Wad. Maar denk niet dat het hier altijd zo is! Op mooie zomeravonden worden we vaak geteisterd door grasmaaiers of -nog erger- in de herfst door bladblazers.
Ik hou van de stilte. Zou ik daarom zo'n gepassioneerd jager zijn? Ik kan uren lang op een hoogzit mijmeren. Slechts de geluiden van de natuur begeleiden mijn gedachten. Dat wachten op het wild heeft wel iets weg van mediteren. Het is alsof je dan in een andere dimensie leeft. Als een takje kraakt, of ik hoor voetenstappen in de sneeuw, ben ik gelijk weer alert.

Vorig jaar zat ik op een hoogzit in het oosten van Duitsland. Het was ochtend en nog niet helemaal licht. Over het veld voor me lag een witte waas van ochtendnevel. Niet dik en ook niet hoog. Ik kon vanuit mijn positie over en zelfs door de mistbank heenkijken. Die ochtend was er van mediteren geen sprake. Gisteravond hadden we in de lemige grond sporen van een wolf gezien! Weliswaar oude sporen, maar toch. De gedachte dat een wolf zich zou laten zien, zorgde er voor dat ik zo gespannen als een deur was. Het fototoestel lag onder handbereik (Even voor de goede orde, beste vriend, wolven zijn beschermd en als ze dat niet zouden zijn, was er geen haar aan mijn hoofd die er aan dacht om er één te schieten!). Het was die ochtend windstil. Geen geluid drong tot me door.
Juist toen de zon zich voorzichtig liet zien van achter de heuvels van Polen, aan de overkant van de Oder, hoorde ik achter me een geluid, vlakbij. Onmiskenbaar van een dier! Voorzichtig draaide ik me om. Niets! Maar toen weer dat geluid, nu achter een struik. Na een eeuwigheid zag ik een beweging. De spanning steeg tot ongekende hoogte. Zou de wolf…? Maar toen zag ik het: twee wasberen kwamen al stoeiend in mijn richting lopen. Ze waren zo dichtbij dat ik nauwelijks durfde te ademen en er zelfs niet aan dacht om mijn fototoestel (of geweer!) te pakken. Eén van de twee had de brutaliteit om tegen een paal van mijn hoogzit te schuren. Maar waarschijnlijk roken ze me, want even later verdwenen ze in ijltempo.
Kijk, goede vriend, dat maak je nou mee als je de stilte van de natuur opzoekt. Wat zeg je nou? Wij jagers schieten en verstoren daarmee de stilte van de natuur? Laat ik je vertellen dat ik in die week daar ik het verre Brandenburg slechts drie keer geschoten heb! Maar ik zie pretlichtjes in je ogen. Touché, ik had het niet door.

Zeg, zullen we een whisky nemen met een paar ijsblokjes? Dat is namelijk een geluid die ik wel graag hoor!   

woensdag 15 mei 2013

Zijn jagers fetisjisten?

 

Goede vriend! Welkom, welkom, kom binnen!
Ik zit in een Duits jachttijdschrift te bladeren en mijn oog viel op een artikel met de pakkende kop: 'Der Jäger und seine Trophäen: Souvenier oder Fetisch?'. Het is geschreven door Florian Asche, je weet wel, die heeft het boek 'Jagen, Sex und Tiere essen' geschreven.
Door de kop van het artikel alleen al ging ik nadenken over mijn eigen 'fetisj gedrag'.

 
Zoals je weet jaag ik graag en veel. In binnen- en buitenland. Meestal op reeën. Als ik een mannelijk dier, een bok, schiet, neem ik de kop met het gewei mee naar huis. Na het afzagen, afkoken en behandelen met waterstofperoxide schroef ik ze op een houten schildje en hang deze trofee op een muur in de kamer. Want zo worden de opgehangen geweien genoemd: trofeeën. Ik heb er al heel wat hangen in ons huisje. Niet alleen van reeën, maar ook geweien van edelherten, tanden van wilde zwijnen, een enkele trofee van een moeflon en een paar opgezette vogels.
De grote vraag is: waarom doe ik dat? Is het inderdaad een vorm van fetisjisme, of heeft het een andere waarde.
Het zal je niet verbazen, goede vriend, dat ik voor het laatste kies. Een trofee is voor mij een herinnering van een jachtmoment. Het woord 'trofee' komt overigens, volgens Florian Asche,  uit de Griekse oudheid. Na een gewonnen veldslag werden wapens van de verslagenen op een boomstam in het slagveld vastgemaakt. Later werden ze van aarde of steen gemaakt als permanente overwinningstekens. 
Het is voor mij geen pronken om te laten zien wat voor een kerel ik ben. Daar heeft het niets mee te maken. Je voert immers geen strijd met deze dieren. Het is een herinnering van het realiseren van een afschotplan en laat jou de beleving van de jacht herbeleven. Een groot trofee zegt daarom niets.
Op mijn 'trofee wall' hangen grote en kleine trofeeën, geweien, naast elkaar.
Vroeger was het schieten van dieren met een  groot gewei gemeengoed: een (grofwild)jager telde pas mee als hij grote geweien aan de muur had hangen. Nu is de opbouw van een populatie en de beleving van de jacht veel belangrijker. De grootte van een gewei bepaalt vaak de leeftijd van een ree of hert. Kleine geweien behoren in de regel tot jonge dieren, grote geweien tot oudere dieren. Maar dat is beslist geen wet van Meden en Perzen! Ook 1 jarige reeën en herten kunnen een imposant gewei op hun hoofd hebben. Je zult daarom altijd naar het totale plaatje moeten kijken en nog beter: kennis van de aanwezige dieren moeten hebben. In natuurlijke omstandigheden zullen jonge en oude dieren het eerst uit de populatie worden genomen door grote roofdieren. Logisch, jonge dieren hebben weinig ervaring om aan hen te ontsnappen en oude dieren zijn trager. Jagers proberen dat na te bootsen.
Beste vriend, ik geef onmiddellijk toe dat dit besef niet voor iedere jager vanzelfsprekend is. Er zijn nog steeds jagers die uitsluitend op zoek zijn naar grote trofeeën. Dit is zonder meer af te keuren en geeft jagers een slechte naam.
Ik merk wel eens afkeurend gedrag als gasten, die mij bezoeken, de trofeeën zien hangen. Want één ding is duidelijk als men mijn huis betreedt: hier woont een jager.
Merkwaardig genoeg zie je in de moderne binnenhuisarchitectuur momenteel een trend, waar geweien -al dat niet gestileerd - een belangrijke plaats innemen om het interieur te verfraaien.
Voor mij zijn de trofeeën dus uitsluitend bedoeld als herinnering van een jachtmoment.

 
Goede vriend, genoeg gekletst. Ik heb een paar flessen Mount Vernon Sauvignon Blanc gekocht. Zullen we buiten op het terras eens proeven of de smaak ons aanstaat?

zondag 14 april 2013

'De Vlucht van de Havik'


Kom binnen, beste vriend, kom binnen! Leuk je weer eens te zien. Ik zette juist dit boek terug. Ken je het? 'De Vlucht van de Havik', heet het. Voor valkeniers is het een absolute must. Omdat...de schrijver bij het trainen (het africhten) van een havik veel fouten maakte.
 
Het boek is in 1951 voor het eerst verschenen onder de originele titel 'The Goshawk'. In 1980 is het vertaald door de Nederlandse dichter, literatuurcriticus, journalist en vertaler Max Schuchart en uitgegeven als een prisma pocket door Het Spectrum b.v. Ik vind het bijzonder spijtig dat zo'n literair meesterwerk niet als een gewoon boek is uitgegeven. Ik heb het tenminste nog nooit kunnen vinden. Wel een Engelse uitgave, maar dat was ook een pocket. Uit de Penguin Modern Classicsreeks.
Het boek is geschreven door Terence H. White. Ha! ik zie bij jou een blik van herkenning! Inderdaad White van de schrijver van 'The Once and Future King' een verhalenepos rond Koning Athur, later gevolgd door het 'The Book of Meryn'. Deze zijn overigens ook vertaald door Max Schuchart. ('Arthur, Koning voor Eens en Altijd' en 'Het boek van Merlijn') Ik las ergens dat J.K. Rowling, auteur van de Potterboeken erg door White was geïnspireerd.
 
 
'De Vlucht van de Havik' is een dagboekachtig verslag over het trainen van een wilde havik. Het speelt zich af in 1935 op het Engelse platteland waar de man (zoals White zichzelf vaak noemt) een arbeidershuisje met bakhuis en een varkensstal - het latere muithuis - bewoont in zelf gekozen eenzaamheid. Hij beschrijft hoe hij uit Duitsland (het was net voor de 2e Wereldoorlog) een havik in een soort wasmand opgestuurd kreeg. Daar was hij uit een horst gehaald. White beschrijft die eerste kennismaking met Gos, zoals de tarsel wordt genoemd, op een prachtige literaire wijze. Wacht, ik zal even dat stukje voorlezen:

...Hij was geboren om te vliegen, zijwaarts hellend, vrij te midden van het gebladerte van het Teutoonse hoogland, om met zijn felle klauwen te doden en met die gekromde Perzische snavel te verscheuren, hij die nu met een soort heerszuchtige vroegrijpheid in de wasmand op en neer sprong, het ongeduld van een verwende, maar nobele erfgenaam van het Heilige Roomse Rijk...

Je glimlacht, vriend, inderdaad het is een aparte schrijfstijl.
White moet een groot liefhebber van Shakespeare zijn geweest, want hij citeert hem regelmatig. Overigens geen wonder, Shakespeare was een liefhebber van de valkerij. Dat kun je vooral terugvinden in zijn toneelstukken.
Terence White ging als leek dus een volslagen wilde havik trainen. Hij had geen ervaren valkenier op wie hij terug kon vallen. Hij bezat drie boeken, waar één van Gilbert Blaine en een boek uit 1619(!) 'Verhandeling over jachtvogels en het vluchtbedrijf'. Veder nog een dun boekje uit de Badmiton Bibliotheek.
Waarschijnlijk ging er daarom ook zo veel verkeerd met het zeegmaken van Gos. Zo beschrijft hij een methode die heel vroeger werd gebruikt om een jachtvogel de valkenier, of, in zijn geval, de havikier,  te accepteren als zijn baas. Hierbij wordt de vogel zolang wakker gehouden en op de vuist gedragen totdat de vogel in slaap valt. Dat zou - dacht men vroeger - een belangrijke stap naar het zeegworden zijn. White had gelezen dat een domme man daar 9 dagen en nachten over doet, een genie had genoeg aan twee en een gemiddeld iemand deed er drie etmalen over. Let wel: de havikier mocht geen moment in slaap vallen.
Gelukkig is er voortschrijdend inzicht en doet men het tegenwoordig heel anders. Beter voor de vogel en beter voor de valkenier/havikier. Ik zal je de beschrijving besparen hoe White deze marteling onderging.
In het begin lukte het niet om Gos aan hem te laten wennen. De vogel vertikte het om op zijn vuist te springen, laat staan te vliegen. Uit de nauwgezette beschrijving van de hoeveelheid voer lijkt dat logisch. Hij voerde de tarsel te veel. Veel te veel. Toen de man dat door had en hij het rantsoen verminderde, ging het beter. Uiteindelijk kwam Gos over een lengte van 50 meter (aan een vlieglijn).
Mij spreekt vooral de sfeer van het boek aan. White is in staat om de lezer mee te nemen in zijn eenzaamheid op het Engelse platteland. De teleurstellingen en vreugde bij het zeegmaken en de eindeloze wandelingen met Gos om de vogel aan hem te laten wennen.
Overigens werd die eenzaamheid hem ook wel eens te veel en zocht hij in een nabij gelegen  dorp menselijk gezelschap. Hij beschreef dit zo:

...Het gespannen evenwicht placht na een week of twee, dorstig te worden, als het ware, naar menselijk gezelschap; en dan hielp niets anders dan het feest van de drank -niet de avonduren met de vriendelijke filosofie van malvezijwijn of madeira, maar de slokdarm verwijdende streling van bier te midden van welsprekende kameraadschappen, het lawaai, het geratel, de ronde kringen, het getok van werppijltjes, de glimlachende gezichten...

White beschrijft op een welhaast filosofische wijze zijn worsteling met de havik. Dat maakt 'De Vlucht van de Havik' zo interessant.
Heel lang geleden zag ik op tv een verfilming van dit boek. Volgens mij nog in de zwart-wit tijd. Een Schotse vriend (nou ja, Schots, hij woonde in Schotland, was Engels van geboorte en pas als je grootvader ook een Schot was, werd je als Schot erkend...), Ian McCheyne, kopieerde voor mij de film op een VHS band. Stom genoeg wilde ik een conference van Youp van 't Hek opnemen en overspoelde de film, Youp van 't Hek, nota bene!

Hoe het met Gos is afgelopen? Hij is weggevlogen door een gebroken langveter. Waarschijnlijk heeft de vogel dit niet overleefd. De man heeft nog heel lang naar hem gezocht. Vruchteloos, helaas.
In deel 3 beschrijft Terence White hoe hij andere vogels met succes heeft getraind. 

Beste vriend, ik raad je aan om dit boek aan te schaffen. Ik hoop dat je er nog een kunt bemachtigen. Zeg, ik hoor gerammel van kopjes in de keuken. Koffie?